Van zelfstandig werken tot zelfverantwoordelijk leren

Programma-aanbod

Als programmaopbrengsten gelden:

1. Aangeven op welke manieren rekening gehouden wordt met verschillen die er tussen kinderen zijn en hoe daarbij wordt aangesloten. 
Gedragselementen:

  • Beschrijven en verantwoorden hoe je omgaat met kinderen met leerproblemen.
  • Beschrijven en verantwoorden hoe je omgaat met kinderen met werkhoudingsproblemen.
  • Beschrijven en verantwoorden hoe je omgaat met kinderen met gedragsproblemen.
  • Met voorbeelden aantonen hoe je rekening houdt met de eigen ideeŽn, wensen en opvattingen van de kinderen.
  • Aantonen op welke wijzen je positief gebruik maakt van de verschillen die er op allerlei gebieden tussen kinderen zijn.
  • Laten zien op welke wijze je samenwerkend leren opvat en in praktijk brengt.
  • Beschrijven op welke manieren je kinderen elkaar laat helpen.
  • Beschrijven en verantwoorden van de wijze waarop kinderen beoordeeld wordt en op welke wijze er gerapporteerd wordt.

2. Het verzorgen van een warme en uitdagende leer- en leefomgeving: 
Gedragselementen:

  • De stamgroep inrichten als school-
    woonkamer en dit kunnen verantwoorden.
  • De inrichting van lokalen, de omgeving daarvan, de school en het schoolterrein in zijn geheel kunnen koppelen aan de eigentijdse Jenaplanopvattingen hierover.
  • Rekening houden met de wensen en ideeŽn van de kinderen zelf en verantwoorden hoe je hier in de praktijk mee om gaat.
  • Ervoor zorg dragen, dat de leeromgeving ook voldoende uitdagingen biedt en mogelijkheden om zelfstandig en in groepsverband aan de slag te gaan.

3. Bewust hanteren van de stamgroep als heterogene groep als pedagogisch middel:
Gedragselementen:

  • Kunnen verantwoorden wat er nodig is om van een stamgroep te kunnen spreken; nagaan of de eigen groep aan deze criteria voldoet.
  • Kunnen aangeven van de argumenten die voor een stamgroep spreken; ook van de problemen die je daarbij als stamgroepleider op moet lossen.
  • Gebruik maken van de mogelijkheden die de verschillen in een stamgroep je voor opvoeding en onderwijs bieden en dit kunnen verantwoorden.
  • Aantonen op welke wijzen samenwerken en elkaar helpen een rol spelen binnen de stamgroep en welke effecten dat heeft op de kinderen.
  • Verantwoorden hoe je verschillende groeperingsvormen toepast en hoe de tafelgroepen zijn samengesteld.

4. Kennis hebben van de verhouding tussen cursussen, wereldoriŽntatie, en blokperiode en op welke wijze dat elkaar ondersteunt en aanvult.
 Gedragselementen:

  • Beschrijven van de inhoud en vorm van cursussen binnen de stamgroep
  • Beschrijven van inhoud en vorm van het blokperiode in de stamgroep.

Aangeven van de belangrijkste relaties tussen wereldoriŽntatie, blokperiode en cursussen in de eigen stamgroep.

5. Aantonen op welke plaatsen en wijzen cursussen worden ingezet en hoe je daar zelf in de praktijk mee omgaat.
 Gedragselementen:

  • Aangeven van de verschillende cursussen binnen de eigen stamgroep en op welke wijze die (didactisch) worden aangepakt.
  • Beschrijven van de opgedane ervaringen met het leiding geven aan cursussen in de eigen stamgroep

6. Duidelijk maken welke inhoud de blokperiode heeft; hoe je dat hanteert en begeleidt in de groep en op welke manier je de kwaliteit van het werk in stand houdt.
Gedragselementen:

  • Beschrijven van de inhoud en vormgeving van de blokperiode binnen de eigen stamgroep (en eventueel van andere vormen van zelfstandig werken).
  • Beschrijven van de opgedane ervaringen met het zelf vormgeven en begeleiden van de blokperiode in de eigen stamgroep.
  • Aangeven van verschillende maatregelen, die je in de loop van de tijd neemt om de kwaliteit van het werken in de blokperiode op een goed peil te houden.

Werkperiode en blokperiode
Bij dit programma-aanbod richt de aandacht zich voornamelijk op de inrichting van de werkperiode en de blokperiode. Programma-onderdelen zijn o.m.

  • fasen van zelfstandigheidsontwikkeling
  • contractwerk
  • begeleidend handelen van de stamgroepleider